Archief van
Tag: vader

Weemoedig

Weemoedig

De handgrasmaaier die vlotjes over het gras gaat. Het geluid dat ik als tienjarige intens haat omdat ik dan weer een paar dagen niet op het gras kan turnen (en dat veert nou juist zo lekker), omdat mijn vader het dode gras laat liggen. Voor de groei. Ook maakt de geur van gras me misselijk.

Tegenwoordig, wanneer ik gras ruik, denk ik eveneens aan mijn vader alleen hoor ik er een zeikerig elektrisch toontje of stinkende benzinemotor bij. De handmaaier is niet meer. Manlief en ik kregen hem niet meer vooruit en beiden zijn we van het stempel “wat u niet meer dient en in de weg staat, moogt gij overboord kieperen.” Inclusief antieke grasmaaiertjes.

Een benzinemaaier is het geworden, gelukkig ruikt hij niet. Met heden ten dage een andere bediende; onze jongeman van negentien stapt bedaard, rustig en weloverwogen achter de grasmaaier over het gazon, tenminste als hij zin heeft. Want er zijn zoveel andere dingen in het leven dan grasmaaien.

En het moet ook zo lang, tegenwoordig, dat gemaai. Wel van april tot soms nog in november, het hangt van het weer af en in 2018 duurde de zomer immers tot in november. Inmiddels is het januari, ligt het buitenleven een beetje stil, keert de natuur en ik dus ook wat naar binnen.

Ook in de winter vang ik soms de geur van gras. Wanneer er sneeuw is gevallen en deze weer is gesmolten en ik draaf op een rustig tempo met een zonnetje door de Landsmeerse velden, of in het Twiske. Onmiskenbaar dringt zich de geur van gras in mijn neus, vindt zich een weg richting het reukvertaalcentrum in de bovenkamer. Heel even denk ik dan soms dat de lente in januari al is begonnen.

De geur van gras is mijn groen parfum, een geurig bouquet dat is samengesteld uit verschillende tinten weemoed, begeleid door een vleugje melancholie. De basistoon is vreugde.

Vaderdag

Vaderdag

Het is de derde zondag in juni, ofwel Vaderdag.  Een dag met dubbel gevoel. Mijn vaders zijn op; allen zijn ze permanent verhuisd naar het rijk der geesten.

Eenendertig jaar geleden overleed mijn vader. Op redelijk jonge leeftijd, al dacht ik daar destijds als zeventienjarige anders over. Helaas weet ik niet meer wat ik hem voor zijn laatste Vaderdag heb gegeven, in 1986. Vreemd hoe selectief geheugen te werk gaat. Het zal waarschijnlijk wel iets zijn geweest om mee te vissen. Mijn vader had namelijk drie huwelijken, waarvan hij de tweede verbintenis met zijn tuin was aangegaan en het derde verbond was stil gesloten met zijn visuitrusting, waaronder de sleutel van het hek van de Zuidpier van IJmuiden.

Na het overlijden van mijn vader heeft mijn schoonvader liefdevol allerlei vaderse taken overgenomen. Helaas heeft hij dat niet lang mogen doen. Vijftien jaar geleden is ook hij overleden, waarmee mijn voorraad vaders opging tot stof, om niet weder te keren.

Terwijl ik een slok van een kop veel te hete koffie neem, denk ik aan de vaders uit mijn leven en hoe kort ik ze maar heb gekend. Misschien zitten ze vandaag gezellig aan een kop koffie, hierboven in het Vaderhuis. Misschien is Vaderdag wel een themadag, in de hemel of in het ergens waar ze zich thans bevinden.  

Ik zou er wat voor over hebben om ze te bezoeken. Niet voor eeuwig natuurlijk maar gewoon, voor één keertje, heel eventjes maar. Een dagtrip, om bij te praten en ze te vertellen dat het hierbeneden goed met me gaat, dat ik ze mis. Ik zou ze beiden graag mijn boek als Vaderdag cadeau hebben willen geven.

Uiteraard is zo’n uitstapje onuitvoerbaar. Het zou een vreemde en bovendien lastige reis worden. Reizen per OV-chipkaart richting hiernamaals is onuitvoerbaar, zo niet onbetaalbaar. Bovendien zou het slechts een enkele reis zijn. Een dagretourtje kennen ze hierboven namelijk niet.