Archief van
Tag: liefde

Nodig

Nodig

Je zou kunnen zeggen dat 2018 een jaar was, dat me gaf wat ik nodig had. Dat geeft aan het eind van het jaar een rijk, voldaan gevoel en ik kijk dan ook met een gevoel van geluk en euforie terug.

In de winter verloor ik mijn manuscript van “Over de vloer”. Ik had net bedacht dat ik van onze verbouwing maar eens een boek ging schrijven. Alles verzameld en opgeslagen (dacht ik) en een dag later waren al mijn briljante zinnen, grapjes, anekdotes, foetsie, weg. Helemaal verdwenen en niet meer terug te halen uit de internetwolk. Hoe ironisch kon het zijn, dan als applicatiebeheerder je werk verliezen?

Met frisse moed begon ik opnieuw, gesteund door een gevoel van zeker weten dat een herziening nodig was geweest. Het kon beter, met dat schrijfwerk van mij. Minder bijvoeglijk, minder bijzinnig. Het jaar gaf me moed om het boek ook daadwerkelijk en zelfstandig uit te brengen, de moed om mensen om me heen te verzamelen en hulp te vragen in de zin of men met me wilden meedenken, mijn werk wilden proeflezen. Deze mensen dachten ook daadwerkelijk met me mee, losten vraagstukken op en lazen mijn werk na, voorzagen het van commentaar voorzagen, waardoor het nóg beter werd.

“Over de vloer”, ging “Over het water,” in de Van der Pek, bij de allerleukste boekhandel van Amsterdam. Lot Douze had er het volste vertrouwen in en daardoor kreeg ik dat ook. Het werd een écht feestje, met meer vrienden en bekenden dan dat ik had kunnen voorstellen. Dat maakt ook een schrijver want immers zonder publiek kun je schrijven wat je wilt, maar voor wie?

Tweeduizend achttien gaf me een ferme schop onder mijn veel te grote achterwerk, op Nieuwjaarsdag. Ineens had ik maat 42-44 gekregen, na gestopt te zijn met roken én met bewegen. De kano had ik aan de wilgen gehangen, naast het verlepte takje waaraan mijn wil om te bewegen hulpeloos rond wapperde. Het roer moest om, maar hoe? Het werd hardlopen. Alweer.

Nog lichtelijk bevangen van de nachtelijke champagne ging ik op weg, op maandagmorgen 1 januari 2018. Veel verder dan een schamele 300 meter kwam ik niet. Jezus, ging ik dit echt doen? Wilde ik dit? In vredesnaam: waarom?
Simpel: omdat ik mijzelf een cadeau van 5 kilometer had beloofd, te innen op mijn verjaardag tijdens de Louis Vinkloop in Amsterdam Noord. Tijdens die loop heb ik me meerdere malen woedend afgevraagd wat ik in vredesnaam aan het doen was, daar in die koude maartse ochtend. Het voelde verschrikkelijk, met iedereen die me inhaalde en met een luchtpijp die op knappen stond en bovenbenen waar lood in leek te zijn gegoten.

Als een heldin sukkelde ik over de eindstreep, inwendig trots op die vijf kilometer. Drie doelen bereikt. Die vijf kilometer, plus de eindtijd (mijn persoonlijke limiet was drie kwartier) en tot slot mocht ik van mezelf niet als laatste binnenkomen. Het lukte me alle drie. Het gaf ruimte om lid te worden van een plaatselijke loopgroep, waarmee ik in september 2018 tien kilometer liep.

Het hardlopen gaf mij vleugels en bezinning. Ik doe graag nuttige dingen en zo besloot ik om mijn benen voor het goede doel in te zetten. Zo liep ik in de maand september 113 kilometer ten behoeve van “Make a wish” en sprokkelde ruim driehonderd euro bij elkaar. Het gevoel van euforie, door over mijn doel (dat was 80 km) te gaan en daarmee tegelijkertijd iets voor een ander te kunnen betekenen is niet te beschrijven en vervult me nog steeds met euforie. Ik en mijn lijf kunnen zoveel meer dan dat ik dacht. Dat geeft vertrouwen.

Zo liep ik in december in mijn warme kersttrui door het Vondelpark, samen met honderden andere hardloopgekkies. Dit keer ook voor het goede doel, namelijk Save the Children. Het was een run van 5 kilometer en ik wist dat een snelle eindtijd er wegens drukte niet inzat. Bij de start keek ik – tussen het dansen met honderden uitgedoste mensen – naar de vlaggen en de banners van Save the Children die in het park hingen. Een warm gevoel nam bezit van me. Één van de goede doelen van mijn moeder (ze had er veel, echt veel) was deze. Een beetje betraand begon ik aan mijn tocht door het Vondelpark – waar ik als echte Amsterdammer nog nooit was geweest – van vijf kilometer, flink zigzaggend tussen de hordes mensen door. Stevig de spurt erin want ik loop graag met wat ruimte om me heen en die moest ik zelf maken.

De vreugde was groot toen ik de finish bereikte en ik zag, dat ik maar liefst 8 minuten van mijn tijd had afgelopen ten opzichte van mijn allereerste 5 kilometer uit maart. Een wonder waar ik het niet verwachtte.
Het jaar gaf me vertrouwen. In mezelf, in mijn lichaam en in mijn geest. In principe kan ik alles doen wat ik maar zou willen. Ik weet dat ik me niet meer aan mijn eigen oordeel moet ophangen. Beter vertrouw ik mijn innerlijk kompas, gesterkt door mijn nieuwe hardloophorloge (dank je wel, mijn lieve man!) wat een dergelijke richtingaanwijzer bevat, op weg naar waar dan ook. Ik vertrouw veel meer op eigen kunnen dan voorheen en ik verdwaal niet meer zo gauw. Grenzen zijn er om verkend te worden en waar het kan, kunnen ze worden verlegd. Nooit ten koste maar wel ten dienste van. Dat is een verschil wat ik eerder niet kende en waar ik in 2019 verder mee ga experimenteren.

In het kader van dat laatste heb ik besloten om vaker iets doen wat ik nog niet eerder deed. Dat kan van alles zijn en is heus niet altijd groots, maar het komt vooral van binnenuit. Zo’n gevoel waar ik heel ongemakkelijk van wordt maar wat tegelijkertijd een flinke toef “waarom niet?” bevat.

Ik begon vandaag en kocht een joggingpak. Eentje met een grijze broek, zo’n vormeloos flauw ding waarin ik vroeger nog niet dood gevonden wilde worden. Plus daarop een sweatvest, in een kleur blauw, die waanzinnig matcht bij mijn ogen. En in dat joggingpak ga ik vanavond heerlijk Oudjaar vieren. Niks jurk of ongemakkelijke spijkerbroek, uw Lettersmid hangt deze avond heerlijk ongegeneerd op haar eigen bank, geflaneerd door manlief en de honden. Waarschijnlijk slaap ik al rond een tien uur vanavond maar dat geeft niet: om twaalf uur heb ik een video-date met mijn kind, die in Tjechië bivakkeert. Met mijn prachtige schone kind.
Daar word ik graag voor wakker.

Ik wens jullie, mijn lezers, een fijne, veilige jaarwisseling en een mooi nieuwjaar, waarin je mag ontvangen wat je nodig hebt.

Liefs,

Odette

Mijlpalen

Mijlpalen

Er zijn verschillende gewichtige momenten in het leven van mijn kind geweest, die evenredig van significant belang waren voor mij als moeder. De eerste glimlach, het staan, de eerste stappen lopen, het zelf leren eten.
Later werden de vorderingen wat moeilijker. En loopfietsje werd een fiets met zijwielen en ineens kon het (na een uitdaging) los. Zwemmen. De vlindertjes om de armpjes verdwenen en na een tijdje aan de zwembadrand te hebben doorgebracht, bleek mijn kind over duik kwaliteiten te beschikken.
En zeer vlot met een regenpak aan te kunnen zwemmen.
In groep 3 kwam hij elke dag uit school met een nieuw woord dat hij kon lezen en soms kon hij het ook al opschrijven. Met links, dus soms in spiegelschrift. Een opstel werd een werkstuk en nog later een verslag. Bij elke mijlpaal werd zijn wereld en dus ook die van mij, vergroot. In groep 8 volgde een CITO score. Beetje bij beetje verdween het jongetje en ontwaakte de tiener.
Een stageweek later had mijn kind ineens een bijbaan, als vijftienjarige fietsenreparateur. Van versnelling uit elkaar zetten en weer in elkaar puzzelen tot een band repareren, het ging vlekkeloos en vrij gemakkelijk. Voor ik het in de gaten had, stond het examen van het voortgezet onderwijs voor de deur. Na enkele weken en een dag of wat nagelbijten konden we ineens een vlag en een rugzak ophangen en ging de brug naar de volgende route open. Op weg, richting volwassenheid.
Deze mijlpalen heb ik regelmatig met verbijstering gevolgd, doordat mijn hoofd niet altijd begreep dat het heus toch al echt zover was gekomen. Ineens keek ik op tegen mijn kind, een krathoogte groter dan ik, om hem in zijn vaders ogen te kunnen aankijken. De glimlach is eveneens een kopie van zijn vader geworden, zijn uitstraling komt van mij.
En toen was er zomaar ineens de dag waarop hij plaatsnam achter het stuur van een Ford Fiesta. Nu zit er nog een L op het dak van de auto geplakt maar dat zal mogelijk niet heel lang duren. Terwijl hij de straat uitrijdt, loopt mijn gemoed over en mijn oogwater ook. Het is verdorie ook wat, mijn kind rijdt auto. Weer een nieuwe ervaring en wat voor een. Voor hem en ook voor mij.
Opnieuw vaart hij verder, volgt zijn eigen koers. Gewapend met zijn gebruiksaanwijzing die regelmatig zoek is (niet meegeleverd!) en een humeur waar ik soms op zou willen schieten, blijft mijn kind, tevens geladen met humor en zijn twee rechterhanden, een fantastisch mens in wording.
Ja ik weet het, blinde vlek. En ja, hij is niet van mij. Ik mag hem slechts een tijdje bij me houden, op weg naar zelfstandigheid. Maar ik hoop van harte dat hij zich nog een tijdje aan mij laat uitlenen.
Want ik leer van hem net zoveel als hij -hopelijk- van mij doet.