Archief van
Tag: gedonder

Peinzerin

Peinzerin

Op de kop af tweeëndertig jaar geleden viel je weg. Zomaar, van het een op het andere moment ging je dood. Onverteerbaar vind ik het. Nog steeds.

Wanneer je in je tienertijd zit, denk je aan het woord “later” als iets vaags, een tijd die nog ver van je bed ligt. Iets wat mogelijk ooit langskomt maar misschien ook niet. Omdat je nog geen idee hebt over tijd en ruimte behalve dan, dat je van de ene proefwerkweek naar het volgende feestje holt. Tijd staat stil en je merkt het niet.

Dat verandert op een gegeven ogenblik. Ik heb gemerkt dat hoe langer het overlijden van mijn vader geleden is, des te meer het dichterbij komt. Omdat ik nu meer dan ooit besef dat wat niet meer is ook nooit meer zal worden.

Zelf inmiddels volwassen, vind ik mezelf peinzend aan het einde van mijn veertigtal. Volgend jaar word ik vijftig en mijn vader is daar niet bij. Alweer niet. Mijn moeder is er ook niet maar dat is toch een ander verhaal.

Mams werd niet uit het leven weggerukt. Ze had – gelukkig – een keuze, hield regie. Alles was gezegd en gedaan. Het was oké. Mijn vader sliep in met het idee dat hij de volgende dag de nieuwe aardappels zou poten alleen werd hij niet meer wakker en mislukte de aardappeloogst.

Zijn lapje tuin aan de overkant van de straat was al gauw vergeven. Aan een hervormde dominee. Iets met brood en dood.

Ik realiseer me terdege dat mijn gepeins in de tegenwoordige tijd niets oplevert. En toch overdenk ik de zaken graag een beetje. Iets wat niet meer is zal ook niet meer zijn en toch komt peinzen er een klein beetje bij in de buurt.

Vooral in de Amsterdamse papegaai, een schuilkerk in de Kalverstraat, kwamen beide ouders best dichtbij vanmorgen, toen ik na betaling van een twee-euro munt een gedenkkaars opstak bij de heilige Antonius en stilletjes plaatsnam achter in de kerk. Alleen, even geen toerist te bekennen.

En hoewel mijn vader hoegenaamd niets met de heilige Antonius van doen had, voelde het eventjes toch heel knus, met z’n drietjes.

Wereldcup

Wereldcup

Soms moet er een nieuwe komen. Een BH, een voorgevelhouder. Meestal stel ik het uit, want ik houd niet van kleding passen. Alles moet uit, het gemiddelde pashokje is al gauw te klein en het licht is genadeloos wanneer het om je lijf gaat. Vooral wanneer je leeftijd een hoger getal heeft dan je schoenmaat.

Vol goede moed ga ik op zoek naar de lokale lingerieboer. Die vind ik en al gauw struin ik door de rekken. Onder het mom “spreid je risico’s” neem ik verschillende kleuren, modellen en maten mee naar het pashokje. Direct krijg ruzie met het gordijntje want dat wil niet. Van links naar rechts trekken, andersom duwen, het maakt niet uit, het blijft een tekort.

Eenmaal van de boze buitenwereld afgeschermd merk ik dat het licht met me spot. Ik ontdek tot nu toe onbekend gebleven schaduwen op mijn bovenbenen. Een maanlandschap is ontstaan, voortaan kan ik moonwalken. In de spiegel kijken maakt me niet gelukkig. Mijn vormen zijn van iemand anders geworden. Onder mijn met tattoo opgeleukte arm die ooit gespierd was, hangt een zielig kippenvelletje. Ik vraag me af, of ik ooit nog spontaan kan zwaaien. Tot overmaat van ramp staat de fundering van mijn voorgevel op instorten.

Welk model en welke maat ik pas, ze doen het niet. Mijn geveldames. Of ik houd ruimte over, of ik krijg het wurgerijtje niet eens dichtgehaakt. Mijn ogen prikken. Hulp vragen durf ik niet, de winkelprinsessen zijn druk met het bespreken van de zaterdagse stapavond. Mismoedig hang ik alles terug en vlucht naar buiten.

Aan de andere kant van het winkelplein zie ik een andere lingerist. Zal ik? Erger kan het immers niet meer worden. De verkoopster komt me tegemoet. Ik heb twee opties. Heldhaftig zelf blijven zoeken, of me aan de genade van de winkeldame overleveren. Ik kies voor het laatste. Misschien kan zij iets van een decolleté terugvinden. Hoopvol kijk ik haar aan. “ Niks is verloren en iedereen is te redden,” zegt ze kordaat.

Ze neemt mijn maten en wat blijkt? Al een tijd blijk ik mijn voorgevel met de verkeerde maat te stutten. Ik heb een heuse C die past bij mijn leeftijd en mijn figuur. Uitbundig prijs ik mezelf voor de ruim vier verstreken rookloze jaren en voor het starten met (gezond) eten. Naarmate ik meer Bh’s pas, word ik steeds vrolijker. Ik durf zelfs te fluiten in mijn pashokje. In de winkel hoor ik de verkoopster tegen een collega zeggen dat het nemen van de goede maat een mens compleet gelukkig kan maken. “Amen,” zucht ik zachtjes.

Uiteindelijk koop ik enkele felgekleurde lingeriesets. De inhoud van mijn portemonnee slinkt ernstig maar mijn zelfvertrouwen stijgt daarentegen in een niet bij te houden tempo. Minstens vijf jaar jonger geworden fiets ik vrolijk terug naar huis, mijmerend van de jurkjes en truitjes mét die ik deze zomer zal aantrekken. Grijnzend bedenk ik, dat de wereldcup deze zomer blijkbaar dus toch ergens in Nederland terecht is gekomen.