Archief van
Tag: Amsterdam

SchrikkelZeepaard

SchrikkelZeepaard

Ergens in de jaren ’70 nam mijn moeder me mee naar Artis. Met de tram, destijds vanuit Amsterdam Noord nogal een onderneming want slechts één buslijn. Om het uur. Op het programma stonden de krokodillen (huu!), de nijlpaarden en de zeekoeien en uiteraard zouden we een rondje apenrots doen. Als toetje zouden we het aquarium bezoeken. Voor de zeepaarden.
De rit naar het station duurde veel te lang en natuurlijk reed lijn 9 net voor onze neus weg. Een kwartier wachten en vervolgens met de volgende tram naar Artis. Mijn handjes gleden over de gladde stangen van de zitbanken in de tram wanneer deze een scherpe bocht nam, nijdig klingelend.
Eenmaal uit de tram moesten we nog tien minuutjes lopen en even later stonden we voor het grote stalen hek met de griezelige roofvogels er bovenop.
De apen, de zeekoeien (wie heeft ooit bedacht dat die beesten zeekoeien moesten heten?) en de nijlpaarden konden me eerlijk gezegd gestolen worden en de apen ook. Maar met wat geduld werd het dan toch middag en dus werd het tijd voor het aquarium. Destijds was er nog geen wandelroute onder water en geen nagebouwde gracht -inclusief fiets-. Via een trap klommen we naar boven en kwamen we bij het aquarium, dat deels was voorzien van een houten lambrisering. Hierin woonden de zeepaarden, volgens mijn moeder.
Waar ik ook keek, geen trappelende hoeven of paardenbenen met zwemvliezen. Mijn moeder wees naar een nogal klein aquarium. Ongelovig keek ik door het glas. Een paard zou daar nooit inpassen. Plots zag ik enkele onooglijk kleine wezentjes zwemmen, nou ja zwemmen, het leek meer op zweven. De beestjes leken op garnaaltjes maar dan met een krulstaart.
Diep teleurgesteld keek ik op naar mijn moeder, die tot mijn verbazing lachte. “Kind, zo keek ik ook, toen ik kennismaakte met zeepaardjes,” lachte ze. “Later zul je misschien horen, hoe bijzonder een zeepaardje eigenlijk is.”
Twee jaar geleden nam ik zitting in de ondernemingsraad van het ziekenhuis waar ik werk. Twee keer per jaar gaan we op cursus en tijdens een trainingssessie maakte ik opnieuw kennis met het zeepaardje. Tijdens een gezamenlijke oefening mochten we een dierenkaart trekken. Mijn hand bleef hangen boven twee afbeeldingen: een van een hond (uiteraard) en van een zeepaardje.
Opnieuw trof me de graterigheid van het beestje met zijn puilogen. En toch ging er een bepaalde aantrekkingskracht van het diertje uit. Bijna leek hij sierlijk en gracieus, alsof het zei: “kijk mij eens.” Een slogan die niet eens bij mijn persoonlijkheid in de buurt komt.
Op de achterkant van het kaartje werden de eigenschappen van het zeepaardje omschreven. Het mannetje dat kindertjes krijgt, in plaats van het vrouwtje. Het vermogen om sierlijk door het leven te gaan. De lelijke maar zo handige krulstaart, bedoeld als symbool van onverzettelijkheid, om zich in tijden van woeste onderwaterstormen van de zee, vast te zetten aan waterplanten. Een minuscuul diertje met grootse bijzonderheden.
Ik kon de eigenschappen voor mezelf niet zo goed plaatsen maar mijn collega’s konden dat wel. Het werd een bijzondere trainingssessie, waarin we leerden, om onze individuele waarden in groepsverband te benoemen, zodat we deze konden meenemen en gebruiken in zowel OR-werk als in ons privéleven.
Het zeepaard bleef sindsdien in mijn gedachten. Het haalde ook het uitstapje van mams en mij naar het aquarium weer naar boven, plus mijn moeders liefde voor het zeepaardje. Lange tijd heb ik gezocht naar een beeltenis van het diertje. Geen gemakkelijke opgave maar toch is het gelukt. Onlangs heb ik een tattoo van een zeepaardje op mijn pols laten zetten. Op 29 februari, de dag die mams en ik verschrikkeldag noemden want een dag uitstel voor de lente.
Verschrikkeldag werd daarmee dit jaar een feestdag waarin ook het weer meewerkte. Na wat speurwerk is de tattoo gezet in hartje Amsterdam, in de rosse buurt, dichtbij de Sint Nicolaaskerk. Een plek die bijzonder is voor mij en dat ook was voor mijn moeder. Ze is prachtig geworden, mijn schrikkelzeepaard. Twee lijntjes en een stip geven een blijvende herinnering aan mijn moeder en aan het feit dat ik bijzonder ben, ook al geloof ik dat zelf niet altijd.
zeepaard

Klapstoelen (schrijfveer)

Klapstoelen (schrijfveer)

Een beetje onwennig loop ik vanuit de ruimte, waarin warm strijklicht uit januari via dakkoepels naar beneden sijpelt, richting de donkerte. Mijn ogen moeten nog wennen dus ik probeer om niet al te grote stappen te nemen. Beneden eindigen lijkt me hier niet fijn.
Aan de zijmuren brandt licht dat is gedimd, waardoor de uitstraling van de ruimte warm oogt. Nu mijn ogen gewend zijn aan het donker zie ik pas, hoe steil het hier naar beneden loopt. Er zitten een stuk of tien mensen in de zaal en ik vraag mezelf af, hoe men deze bioscoop draaiend kan houden. Veel vrienden van en mogelijk nog wat subsidie, gok ik. Toch vind ik het een sprookje, het EYE gebouw. Architectonisch is het gebouw aan de oever van het Amsterdamse IJ een plaatje, zowel van buiten als van binnen.
Bij de vierde rij van bovenaf, stoel elf, blijf ik staan. Het zijn klapstoelen, zie ik. Hopelijk zit het een beetje comfortabel want de film die ik heb uitgezocht duurt bijna twee uur. Voorzichtig laat ik me zakken, zak achterover en zink weg. Nu zie ik ook waarom de zaal zo steil naar beneden afloopt. De hoofden van mijn voorgangers reiken tot onder mijn knieën. Dat betekent onbelemmerd zicht op het doek. Met mijn lengte van slechts honderdzestig centimeter, is vrij zicht op een film een aangename verrassing.
Ik vind het nu al een feestje, deze middag. Ook al is de film zelf nog niet eens begonnen. Mijn telefoon zet ik uit. De komende twee uur wil ik helemaal niks, behalve opgaan in (breed)beeld en geluid.