Een echte traktatie (schrijfveer)

Een echte traktatie (schrijfveer)

Heel voorzichtig durfde ik nieuwe hardloopplannen op te stellen. Nadat ik mezelf in januari van dit jaar vreselijk verstapte, letterlijk en figuurlijk, brak er een periode aan waarin ik enkele weken niet mocht hardlopen. Natuurlijk bezocht ik een goede fysiotherapeut en voor de morele en lichamelijke ondersteuning eveneens een acupuncturist.

Niet dat die laatste iets met mijn blessure kon beginnen maar het feit dat zij eveneens fysiotherapeut is, maakte een hoop goed. In februari mocht ik voorzichtig een minutenwals gaan doen, dat wil zeggen opnieuw opbouwen met hardlopen, volgens een schema van een minuut hardlopen, afgewisseld door wandelen. En dat in setjes van drie keer, of vijf keer. Het ging moeizaam. Ik ben er niet voor geboren om dingen te doen die móeten en dan ook nog eens met afgemeten proporties of protocol, volgens een strikt schema.

Mentaal gesloopt en met enorme spierpijn – ondanks het schema vol voorzichtigheid – besloot ik het trainingslijstje overboord te gooien en op gevoel te gaan lopen. Tempo slak, want dat beestje staat natuurlijk niet voor niets fijntjes op mijn pols gegraveerd. Opdat wij niet vergeten.
Op slag ging het beter, ging de snelheid zelfs vooruit. In maart liep ik de Urban trail in mijn eigen Amsterdam-Noord. Ik had beloofd maximaal 5 kilometer te doen maar om dat al na anderhalve kilometer te moeten besluiten was wat voorbarig. Ik liep dus de lange route, op gevoel. Tien kilometer lang vierde ik een feestje, op langzaam tempo, door “mijn” Noord.

Met het feestje in mijn achterhoofd besloot ik me voor het volgende feestje op te geven. Omdat het kon, omdat ik het leuk vond en omdat ik het graag wilde. Het feestje lag nog ver vooruit in de planning, dus tijd genoeg. Een paar weken nadat ik op dat knopje drukte, stagneerde het loopproces opnieuw. Mijn benen protesteerden, schoten uit hun voegen. Mijn herwonnen snelheid raakte foetsie en mijn hartslag was niet omlaag te rámmen. Het ergste was nog, dat ik niet meer van het hardlopen genoot. Dat was een klap in mijn gezicht. Nu ik het opschrijf schiet het schaamrood me over de kaken. De straf van niet mogen lopen in mijn blessuretijd was ik blijkbaar even vergeten.

Tijdens een slapeloze nacht viel het kwartje. Mijn innerlijke antenne, mijn voelspriet, heeft de boodschap al eerder opgevangen maar was blijkbaar nog niet in staat om het in Jip en Janneke taal uit zenden richting mijn verstand. Ineens is me duidelijk waarom ik de afgelopen weken niet lekker loop, niet meer soepel kan bewegen en waarom ik niet meer van het hardlopen geniet. De boodschap komt glashelder binnen. Ik wil helemaal geen grote evenementen lopen; ik ben een hart-loper, geen hardloper. Punt.

Hoewel ik geniet van andermans (vrouws) evenementenfoto’s, krijg ik het Spaans benauwd wanneer ik alleen al aan mijn eigen evenement dénk. Terwijl de gedachte aan “annuleren” van het gebeuren ogenblikkelijk leidt tot luchtige en vrolijke gedachten in mijn bovenkamer. De boodschap tintelt door mijn lichaam en daarmee is voelen zoveel beter dan blijven hangen in gedachten aan wat ik zou moeten kunnen. Mijn hart opent zich á la minute en ik zie fijne hardlooproutes op mijn netvlies verschijnen, heerlijk door weiland en open veld, met koeien en schapen. De gedachten worden zachtjes begeleid door zicht op andere avonden waarin de punt van mijn kano weer eens door de Waterlandse slootjes klieft. Met kikkers, snoeken of zwanen.

Ik ga mijn evenement annuleren. Die rottige Dam tot Dam loop in september. Voor mij geen drukke hel van Amsterdam naar Zaandam. Sterker nog: in dat weekend ga ik gewoon lekker op vakantie. Ver weg van de massa, niet gehinderd door het eeuwige moeten. Sommige mensen zullen dit ongetwijfeld vertalen als opgeven. Gelukkig weet ik beter: ik doe gewoon alleen nog maar dingen die ik écht wil doen. En dát vind ik nou een echte traktatie. Pure luxe.

Wetenschap

Wetenschap

Op woensdag houd ik Ontwikkelwenswoensdag. Ooit was het mijn mantelzorgwensdag maar sinds het overlijden van alle moeders hier in huis is dat veranderd. Ontwikkelwenswoensdag houdt in, dat ik het internet afstroop, op zoek naar informatie. Niet zomaar informatie: ter lering en ontwikkeling. Hiermee stel ik mijn persoonlijk wetenschappelijk (online) opleidingspalet samen.

Meestal struin ik LinkedIn af. Vaak vind ik er een schat aan informatie met Webinars, interessante artikelen en White papers. Een Webinar is eigenlijk een online informatieklas die je volgt via je computer of laptop. En een Whitepaper is een combinatie van een soort online schoolbord, gecombineerd met digitale aantekeningen, waarmee je veel informatie krijgt die evenwel gedoseerd binnenkomt. Soms betreft het onderwerpen waarvoor ik in de jaren ’80 minstens nog een maand in de klas zou moeten vertoeven; tegenwoordig leer ik in een avond of een middag bij. Samen met mensen die net als ik op zoek zijn naar informatie en kennis over zaken die ons boeien. Persoonlijke ontwikkeling bijvoorbeeld, zingeving, wetenschap of faalkunde. Bijster interessant en ik kan er geen genoeg van krijgen.

Deze vorm van leren gaat me beter af dan in klassikale vorm want daar houd ik niet van. Meer nog: met mijn intenne ben ik er niet geschikt voor; noch voor gemaakt. Vaak gaat er in de klas van alles mis. Er is drukte, inclusief een tekort aan gehoor en een teveel aan prikkels. Ik leef dus op bij de gratie van het bestaan van digitale informatievoorziening die gedeeld wordt via het wee-wee-wee.

Naast mijn informatiebron op het internet bezit ik een Museumjaarkaart. Ooit cadeau gevraagd aan mijn mannen, in 2015. Aangeschaft op een bijzondere dag en plek, namelijk op mijn daadwerkelijke verjaardag, in de Amsterdamse Hermitage. Sindsdien laat ik de kaart jaarlijks verlengen en bezoek ik tot volle tevredenheid museums. In 2019 heb ik hieraan een nieuwe dimensie gegeven: onder het mom “bezoek eens een museum waar je nog nooit bent geweest” kwam ik vier weken geleden in Leeuwarden terecht (Fries Museum). Gisteravond, op Ontwikkelwenswoensdag, kwam er een moeilijkheidsgraad bij: Google jezelf nou eens naar een museum waarvan je nog nooit hebt gehoord.

Ik kwam uit bij de Embassy of the free mind, gevestigd in het Huis met de Hoofden, op de Amsterdamse Keizersgracht. (Voor de liefhebber: nummer 123). Ik las dat ik 2.000 jaar verzamelde wijsheid zou vinden, in elke mogelijke vorm, geïnspireerd door de afbeeldingen en teksten uit de collectie van de Bibliotheca Philosophica Hermetica. Deze bibliotheek en het Huis met de Hoofden zijn onlosmakelijk verbonden met de stad Amsterdam en haar geschiedenis, de vrijheid van meningsuiting, tolerantie en vrijheid van drukpers. De symboliek van de naam ‘Huis met de Hoofden’ paste dan weer bij de grote denkers waarmee ik kennis zou maken in deze Embassy. Op ontwikkelreis met Hermes, Pythagoras en Spinoza tegelijkertijd. Ik wist dat het een walhalla zou worden, voor mijn geest die altijd op zoek is naar kennis.

Met een jubelend hoofd was het voor de ziel tegelijkertijd ook een intense beleving. Diepgelukkig ronddwalen met een blije geest die dankbaar gevoed wordt, in een vreemd pand en me toch direct thuis voelen. Een intenne die niet strak stond van de ruis maar die rustig en gedoseerd stromen informatie door liet komen. Nog vreemder: ik voelde een intense verbondenheid met mijn moeder. Ik voelde ogenblikkelijk dat zij deze plek meer dan geweldig zou hebben gevonden. Ze hield van de vrije geest, was altijd op zoek naar antwoorden, naar kennis en wetenswaardigheden over plaatsen en personen. Die leergierigheid en mijn onderzoekende geest heb ik van mijn moeder meegekregen en dat geeft zelfs na haar overlijden nog een intense verbinding.

Ik liep een kamer in waar een interactieve voorstelling werd getoond met teksten die me raakten. Over kennis, over de wijsheid die in vele mensen schuilt en niet alleen in de geleerden. Wijsheid zit niet in diploma’s maar in de vrije geest. Hoe belangrijk het is om kennis en wijsheid te delen, opdat de eigen wijsheid daarmee nog eigenwijzer wordt.

Na de voorstelling draaide ik me om, zodat ik de rest van de kamer kon bekijken. In het midden van de kamer stond een enorme ronde tafel, van hout en door de tijd gebutst. Erop stonden verschillende glazen vazen, gevuld met water waarin nog niet ontloken lelies waren gestoken, tezamen met uitbundig bloeiende zonnebloemen. Mijn moeders bloemen. In april.

Toeval bestaat niet.

Voor de liefhebbers van kennis en wijsheid: zie hier de informatie