Marathon(s)

Marathon(s)

Een tijdje geleden schreef ik dat tijd en afstand heel belangrijk waren bij het hardlopen. Vooral wanneer je nog niet zo lang loopt, zoekend bent naar de afstand en de snelheid die bij je passen. Inmiddels heb ik mijn weg aardig gevonden, vlot het wat meer en ben ik niet meer helemaal uitgeput na een stief rondje rennen. Kortom: het begint ergens op te lijken.

Een damloopje van 16,1 kilometers (10 Engelse mijlen) of een halve marathon zitten er echter nog niet in. Wanneer ik aan Rotterdam in april 2019 dénk draait mijn maag zich om en ben ik blij dat ik zover nog even niet hoef van mezelf. Mijn loopmaatjes daarentegen draaien hun hand er niet voor om; lopen en zwemmen zich ongans op een complete triatlon, om vervolgens op de eerstvolgende dinsdagavond weer vrolijk hun baanrondjes met mij en de andere groepsgenoten te lopen.

Na het lopen van de tien kilometer enkele weken geleden, was ik op zoek naar een nieuwe uitdaging, om daarmee mijn afstand én mijn loopwereld uit te breiden. Daarbij vond ik een bijzonder hardloop evenement. De start was al op dinsdag 25 september, in Amsterdam. Een thuiswedstrijd. Het was een marathon. Een maatwerkmarathon. Ik werd zo enthousiast, dat ik besloot om er TWEE van te maken. Twee marathons, gewoon, omdat ik er zin in kreeg en omdat ik tijdens het lezen besloot, dat ik het zeker zou kunnen.

Deze maand, tussen 25 september en 24 oktober, een hele maancyclus, ren ik de afstand van twee marathons bij elkaar, dat wil zeggen 84,4 kilometer. Als Moonrunner. Samen met hardloopmaatjes uit heel Nederland probeer ik om in deze maancyclus tot de Maan en weer terug te rennen ofwel: Run to the moon and back.

Mijn marathons zijn voor het goede doel: je kunt mij sponsoren ten gunste van de stichting Make a wish Er zijn verschillende redenen waarom ik heel enthousiast ben over deze actie.

Ten eerste heeft hardlopen mij in 2018 zoveel vreugde gebracht, dat ik dit gevoel graag met mensen wil delen. Ik vind het fijn idee dat ik tijdens het hardlopen, op het ritme van de wind én van mijn schoenen op het asfalt, wensen van zieke kinderen kan helpen realiseren.

Ten tweede telt in dit evenement elke kilometer die ik deze maand afleg. Die dubbele marathon, hoe stoer het er ook staat, die hoeft dus niet in één keer. (Dat kan ik ook helemaal niet). Maar dat fijne avondloopje van 6 kilometer van gisteravond, (van 6:50 dus ónder de 7 minuten per kilometer, jawel) mag ik optellen om mijn dubbele marathonafstand te bereiken. En die ene keer waarop ik me afvraag waarom ik ooit met hardlopen ben begonnen, terwijl ik me hijgend en puffend door 2 kilometer heen werk, die telt dus ook mee. Elk loopje, elke training, elke kilometer die ik hardlopend afleg deze maand, zijn allemaal even belangrijk. En daarmee raakt deze actie de fundamenten van mijn bestaan als ontwikkelingsmachinist.

Dit is waar leren, ontwikkeling, en zelfontplooiing wat mij betreft over gaan. Elke stap in een (levens) proces, hoe klein ook, is even belangrijk. Want zonder begin is er geen beweging en geen einde. Zonder stap in het midden, hoe gering deze ook mag zijn, is er geen verdere ontwikkeling, geen progressie, geen vooruitgang. Juist die ene stap, ergens op het pad, hoe duister het ook mag zijn, zorgt voor ontwikkeling, brengt je verder. Alles telt mee.

De komende tijd bevind ik me dus op het asfalt, op bospaden, op de atletiekbaan (dat veert zo ontzettend lekker!) en misschien doe ik wel een rondje over het zand. Aan zee. Kan mij het. Die 84,4 kilometer mag ik immers overal invullen.

Ik zou het super vinden, wanneer je mij bij deze actie zou willen helpen maar natuurlijk ben je dat niet verplicht. Wanneer je mij wilt steunen, klik dan op mijn persoonlijke #RTTMAB profielpagina om mij te sponsoren. Elk bedrag, hoe klein ook, is welkom. Elke bijdrage is een aanloop naar een wens.
En elke bijdrage is het waard om voor te rennen. Het is me een eer.

Hardgelopen

Hardgelopen

De tien kilometer zijn een feit. Gisteren heb ik tijdens de #30vanamsterdamnoord mijn eerste 10km sinds 13 jaar gelopen.

Hoewel tijd niet belangrijk is, is dat het stiekem toch wel. Alleen lopers die uit zichzelf al heerlijk lichtvoetig over het asfalt zweven, zeggen dat tijd niet uitmaakt. Dan maakt het ook inderdaad niet uit.

Echter, met een looptijd tussen 6:50-7:30 per kilometer is iedere (kilo)meter die je sneller dan verwacht aflegt, een cadeautje. Met strik. Daar krijg je vleugels van, waarmee het heel eventjes lijkt alsof je zelf óók ineens boven het asfalt zweeft in plaats van dat je erover heen ploft.

De eerlijkheid gebiedt me om te zeggen dat na een kilometer of 8 mijn licht uitging. Te snel gestart, beginnersfoutje. Vervolgens de Afstand Die Nog Moet verkeerd inschatten. Nog verder moeten terwijl mijn lijf zo ontzettend had gerekend op het wonder achter die ene bocht. Die laatste paar meters naar beneden, in de bocht naar de atletiekbaan, richting finish.

Het was dus nog een stukje verder; godzijdank had ik een loop-engel bij me. Eentje van de humor en de vrolijkheid, die de hele reis naast me draafde, op mijn tempo (slakkengang 😬). Hij had overigens daags ervoor 50 kilometer (😱) gerend, dat terzijde. Hij praatte me erdoorheen, leidde me af. Toen ik tijdens de laatste 100m voor de finish mijn rug rechtte en alle energie uit me perste om alsnog als een zandhaas over de finish te komen was hij degene die het hardst voor me juichte. Het ontroerde me.

Ook dat is sport. Bijna doodgaan, dan toch nog fit en bruisend over de finish komen, bijna tollend op de benen en dansend tegelijk. Met je sportmaatje die het je zo vreselijk gunt om je doel te halen en daar zelf ook keihard aan meewerkt. Het is onbetaalbaar.

Die tijd? Dat werd een keurige 1:09:15. Dat wil zeggen keurig binnen de limiet die ík er voor mezelf aan had gesteld (1:15) én waarbinnen ik hem gehóópt (gedróómd) had te lopen (1:10)

Daarmee is tijd dus wel heel belangrijk. Geloof me. Mijn grijns is voorlopig nog even niet van mijn smoel af te krijgen.